Wat ben ik toch gek op Spanje. De kwaliteit van leven is hoog. Lekker veel zon, waanzinnig goed eten, en ook nog eens óp elk moment van de dag (kom daar maar eens om in Frankrijk). Mijn nieuwste favoriet is Valencia. Deze Spaanse stad heeft alles wat je maar kan wensen. De meeste dagen zon per jaar, heerlijke culinaire adressen, betaalbaar eten & drinken, goede fietspaden, en een verrukkelijk lang strand. Ik was er op een schrijversweek (zonder Anita, maar met vriendin Elleke) en beloonde mezelf na het tikken op de lekkerste lifestyle. Mijn elf tips:
- Fietsen door de Jardin del Turia, een langgerekt stadspark van 9 kilometer aangelegd op de rivierbedding van de rivier Turia. Je fietst onder 18 bruggen door langs (bijna) alle highlights van de stad. Deze immense tuin is aangelegd langs de oude bedding van de Turia die omgelegd werd om de voortdurende overstromingen te vermijden waaronder de stad leed, zoals in 1957. Helaas is deze omgeving van de stad ook recent niet gespaard, maar in deze Jardin del Turia en het centrum merk je daar niks van. O ja, nog iets positiefs van fietsen door Valencia: vrijwel vlak, geen hoge heuvels te bedwingen.

2. Daardoor kom je langs Ciudad de las Artes y las Ciencas, een van Valencia’s toonaangevende bezienswaardigheden, ontworpen door top-architect Santiago Calatrava. Gebouwen in de vorm van enerzijds een Romeinse helm, anderzijds een walvis. Tegenwoordig het meest iconische beeld van Valencia.
3. Bij restaurant Toshi kookt en snijdt chef Toshi met Japanse technieken visjes uit Valencia en andere lokale producten. Je weet niet wat je proeft. Goedkoop is het niet. Je betaalt € 100 voor 8 gerechtjes, maar voor deze smaakexplosie – beloond met Michelin-ster – zou je in Nederland al snel het veelvoudige neerleggen. De setting is cool: je zit met negen andere gasten aan de keukenbar bij Toshi.

4. Vanuit dit restaurant loop je zo de oude stad in (Ciutat Vella). Een van de oudste historische binnensteden van Europa met een wirwar van steegjes, brugpoortjes en de prachtige kathedraal La Seu.

5. Zelf verbleef ik in de wijk El Grau, een oude zigeunerwijk vlakbij de haven (in het huis van kennissen). Kleurige huisjes, overal betaalbare bodegas en tapasrestaurantjes. Waanzinnig lekkere garnalentortilla bij Bodega la Peseta in de Carrer del Crist del Grau.
6. In het verlengde van El Grau ligt de visserswijk Cabanyal. Denk nóg meer kleurige huisjes, fleurig straatleven. En waanzinnig goede restaurantjes. Zoals Casa Montana, een van de oudste tapasbarren. Sinds 1836. Probeer hun Salade Berejenas (aubergine).
7. De allerhipste wijk van dit moment is Ruzafa, net onder de oude stad. Hier vind je natuurwijn- terrasjes, vintage winkels, de kleurrijke Mercado de Refuza, maar ook alto restaurants zoals la Finestra met een Aperol Spritz voor € 3,60 en pizza voor € 3,-.

8. Het keramiekmuseum is alleen al een bezoek waard voor de buitenkant. Het lijkt wel alsof je naar Villa Volta in de Efteling tuurt, maar dan is het echt. Museo Nacional de Céramica heeft de meest uitgebreide keramiekcollectie van Spanje in een paleis uit de 18e eeuw.
9. Er zijn meerdere mercado’s in Valencia, de centrale, gewoonweg Mercado Central is een lust voor álle zintuigen. Markt zoals een markt bedoeld is.
10. Wist je dat paella ontstaan is in Valencia? Als je dan ook ergens dit fameuze rijstgerecht moet eten is het wel in deze Spaanse stad. Bij Casa Carmela bereiden ze het op open vuur. Dat aanschouwen is al een verrukking.
11. Het weer is top. In november, december schommelt de temperatuur rond de 19 graden. Ja, er is een verschrikkelijke overstroming geweest. De stad balt zich dan samen om hulp te geven aan alle slachtoffers. Wij zagen een lange rij aan vrijwilligers in de haven voor het liefdadigheidsproject #ChefsforValencia, eten voor alle getroffenen. Misschien is deze solidariteit en saamhorigheid in combinatie met het goede eten nog wel het meest kenmerkend voor deze fantastische stad.








